Cases: Delftse Tennisbond: sociale veiligheid als onderdeel van sportplezier
Bij de Delftse Tennisbond (DTB) wordt sociale veiligheid niet gezien als iets waar je pas aandacht aan besteedt als er iets misgaat. Voor de vereniging is het onderdeel van de kwaliteit van de club. Net zoals je investeert in goede banen, trainers en materialen, investeer je ook in een omgeving waarin mensen zich welkom, prettig en veilig voelen.
Secretaris Mylène Faas omschrijft een sociaal veilig sportklimaat als een cultuur waarin leden, vrijwilligers, trainers en bestuursleden respectvol met elkaar omgaan. Mensen moeten open kunnen communiceren, elkaar durven aanspreken en vooral met plezier naar de vereniging komen.
Vanaf het begin op de agenda
In april 2026 trad bij de Delftse Tennisbond een nieuw bestuur aan. Vijf van de zes bestuursleden waren nieuw. Al tijdens een van de eerste bestuursvergaderingen werd sociale veiligheid op de agenda gezet. Het bestuur wil voorkomen dat het onderwerp alleen wordt besproken wanneer daar een directe aanleiding voor is. Daarom staat sociale veiligheid structureel op de agenda van het bestuur. Daarnaast werkt het bestuur aan een visie op sociale veiligheid, die richting moet geven aan de verdere ontwikkeling van het onderwerp binnen de vereniging.
Volgens Mylène hoeft een vereniging daarbij niet meteen alles volledig uitgewerkt te hebben. Het belangrijkste is dat het onderwerp serieus wordt genomen en dat er een duidelijke eerste stap wordt gezet.
“Je hoeft niet meteen alles perfect geregeld te hebben. Het gaat erom dat je begint en laat zien dat je het onderwerp belangrijk vindt.”
Een onafhankelijk aanspreekpunt
De Delftse Tennisbond beschikt over een vertrouwenscontactpersoon. De vereniging heeft er bewust voor gekozen dat deze persoon geen bestuurslid of ander kaderlid is. Daarmee wil de vereniging de drempel verlagen om contact op te nemen wanneer er iets speelt.
Het bestuur vindt het belangrijk dat leden weten dat zij ergens terechtkunnen als er wel iets speelt. Een vertrouwenscontactpersoon is er niet alleen voor ernstige situaties. Ook twijfels, zorgen of gedrag dat ongemakkelijk voelt, kunnen worden besproken. Alleen al het bestaan van een onafhankelijk aanspreekpunt laat volgens de vereniging zien dat veiligheid serieus wordt genomen.
Je kunt als bestuur niet iedere interactie sturen, maar je kunt wel een cultuur stimuleren waarin mensen naar elkaar omkijken en elkaar respectvol behandelen.
Vaste werkwijze
Alle trainers van de Delftse Tennisbond beschikken over een Verklaring Omtrent het Gedrag. Een aantal bestaande VOG’s wordt op dit moment geactualiseerd. Daarnaast worden VOG’s aangevraagd voor het nieuwe bestuur en voor de jeugdcommissie. Omdat jeugdcommissie activiteiten en kampen organiseren voor jeugdleden, hebben zij een vertrouwenspositie richting kinderen en ouders. Het bestuur vindt het daarom logisch om ook voor deze vrijwilligers een VOG te vragen.
De vereniging actualiseert de VOG’s iedere drie jaar. Een VOG is een momentopname: na de datum van afgifte kan er altijd iets veranderen. DTB ziet drie jaar als een goede balans tussen het regelmatig opnieuw toetsen van vrijwilligers en het beperken van de administratieve belasting.
Voordat iemand een VOG moet aanvragen, stuurt de vereniging eerst een aankondigingsmail. Daarin wordt uitgelegd waarom de aanvraag wordt gedaan en waarom dit belangrijk is voor de club. Zo wordt de VOG niet alleen een administratieve handeling, maar ook een moment om bewustwording te creëren.
Daarnaast werkt de Delftse Tennisbond met gediplomeerde trainers die beschikken over een geldige licentie. Binnen de trainersgroep zijn afspraken gemaakt over een veilige omgang met kinderen en volwassenen tijdens de trainingen. Die afspraken zijn niet zomaar van bovenaf opgelegd. Trainers hebben eerst ervaringen, praktijksituaties en verschillende invalshoeken met elkaar gedeeld. Op basis daarvan is besproken welk gedrag wenselijk is en hoe trainers met bepaalde situaties omgaan.
Deze aanpak past bij de manier waarop DTB sociale veiligheid ziet. Het onderwerp is niet alleen een verantwoordelijkheid van het bestuur. Ook trainers, vrijwilligers, commissies en leden dragen bij aan de cultuur van de vereniging.
Dagelijks zichtbaar op het park
Een belangrijke rol is weggelegd voor de parkmanager. Hij is daar dagelijks aanwezig en daardoor is hij voor veel leden een herkenbaar en laagdrempelig aanspreekpunt. Leden kunnen bij hem terecht met praktische vragen, maar ook met zorgen over situaties op het park. Daarnaast houdt hij zicht op de sociale omgangsvormen en de naleving van de parkregels.
Niet iedere vereniging beschikt over een parkmanager, maar volgens Mylène is het principe breder toepasbaar. Het helpt wanneer er binnen de club mensen zijn die vaak aanwezig, zichtbaar en aanspreekbaar zijn. Dat kan ook een trainer, bestuurder, vrijwilliger of commissielid zijn.
Juist doordat iemand de mensen en de sfeer kent, kunnen signalen eerder worden opgepikt en kan er sneller een gesprek worden gevoerd.
Sociale veiligheid zit in kleine momenten
Volgens DTB ontstaat een veilige verenigingscultuur niet alleen door formele maatregelen. Ook kleine dagelijkse momenten maken verschil. Dat begint bijvoorbeeld met elkaar begroeten op het park. Met een praatje maken met iemand die alleen staat. Of met nieuwe leden helpen om hun weg binnen de vereniging te vinden. De ledencommissie speelt hierin een belangrijke rol door nieuwe leden een warm welkom te geven. Dit soort contactmomenten lijkt misschien vanzelfsprekend, maar bepaalt in grote mate of mensen zich gezien en welkom voelen.
“Je kunt als bestuur niet iedere interactie sturen,” zegt Mylène. “Maar je kunt wel een cultuur stimuleren waarin mensen naar elkaar omkijken en elkaar respectvol behandelen.”
De vereniging heeft gemerkt dat sociale veiligheid nooit helemaal af is. Een VOG, vertrouwenscontactpersoon of afspraak binnen de trainersgroep is waardevol, maar het onderwerp blijft aandacht vragen. Daarom wil DTB sociale veiligheid de komende jaren nog nadrukkelijker onderdeel maken van de verenigingscultuur. Door er regelmatig over te communiceren, het onderwerp op de agenda te houden en het gesprek met trainers, commissies, vrijwilligers en leden te blijven voeren, blijft het leven.
De visie wordt opgesteld, moet helpen om hierin richting te geven. Tegelijkertijd wil de club de aanpak praktisch houden en aansluiten bij wat past bij de vereniging.
Je hoeft het wiel niet zelf uit te vinden
Voor andere verenigingen heeft Mylène een duidelijke boodschap: “Begin met een stap die haalbaar is.” Dat kan het aanvragen van VOG’s zijn, het aanstellen van een vertrouwenscontactpersoon of simpelweg het bespreken van sociale veiligheid binnen het bestuur. Vanuit daar kan een vereniging verder bouwen.
Clubs hoeven bovendien niet alles zelf te bedenken. De verenigingsondersteuners in Delft en de verschillende sportbonden beschikken over kennis, voorbeelden en praktische hulpmiddelen. Volgens DTB hebben sportverenigingen uiteindelijk allemaal hetzelfde doel: een omgeving creëren waarin iedereen met plezier en op een veilige manier kan sporten. Door kennis en ervaringen met elkaar te delen, kunnen clubs van elkaar leren.