Direct naar inhoud

Kennisbank: Hoe signaleer ik mentale problemen bij onze leden?

Trainers en vrijwilligers zien leden vaak wekelijks en kunnen daardoor veranderingen opmerken, zoals minder aanwezigheid, terugtrekgedrag of plotselinge reacties. Ook prestaties, concentratie en sportplezier kunnen veranderen.

Dit betekent niet automatisch dat er sprake is van mentale problemen, omdat factoren zoals vermoeidheid, blessures, school, werk of thuissituaties ook invloed kunnen hebben. Toch is het belangrijk om zulke signalen serieus te nemen.

De rol van de vereniging is niet om diagnoses te stellen, maar om veranderingen te signaleren, het gesprek aan te gaan en te luisteren. Trainers en vrijwilligers kunnen zo helpen om passende ondersteuning te vinden en, indien nodig, door te verwijzen naar verdere hulp.

Inhoud

  1. Ken je rol als vereniging
  2. Herken signalen tijdens het sporten
  3. Open het gesprek in vier stappen
  4. Ga zorgvuldig om met minderjarige leden
  5. Weet wanneer je direct moet handelen
  6. Help iemand passende ondersteuning vinden

Ken je rol als vereniging

Mentale problemen signaleren begint met een duidelijke grens. Een trainer, coach of vrijwilliger is geen hulpverlener. Je hoeft niet te bepalen of iemand een depressie, angststoornis of andere aandoening heeft.

Jouw rol bestaat uit vier onderdelen:

  1. Je merkt een verandering op.
  2. Je benoemt wat je ziet.
  3. Je luistert naar het lid.
  4. Je helpt bij het vinden van passende steun.

Gebruik daarom geen medische termen of snelle conclusies. Zeg niet: “Volgens mij ben je depressief.” Benoem liever wat je zelf hebt waargenomen.

Bijvoorbeeld:

“Het valt me op dat je de laatste weken vaak stil bent en eerder vertrekt. Ik vraag me af hoe het met je gaat.”

Zo laat je merken dat je betrokken bent, zonder iemand een etiket te geven.

Herken signalen tijdens het sporten

Als vereniging zie je vooral wat er op en rond het sportveld gebeurt. Let op veranderingen die binnen jouw rol zichtbaar zijn.

Wacht bij zulke signalen niet af, maar ga het gesprek aan.

Open het gesprek in vier stappen

Veel trainers vinden het spannend om naar mentale problemen te vragen. Ze zijn bang om iets verkeerds te zeggen of het probleem groter te maken.

Een perfect gesprek is niet nodig. Oprechte aandacht, rust en duidelijke vragen helpen vaak het meest.

Vat af en toe samen wat je hoort. Kom niet meteen met oplossingen.

Ga zorgvuldig om met minderjarige leden

Bij kinderen en jongeren verloopt het gesprek soms anders. Gebruik eenvoudige taal en stel één vraag tegelijk. Geef een jongere voldoende tijd om antwoord te geven.

Maak duidelijk wat je met de informatie doet. Zeg bijvoorbeeld:

“Ik luister eerst naar jou. Daarna bespreken we samen wie kan helpen.”

Wanneer extra ondersteuning nodig is, betrek je meestal een ouder of verzorger. Bespreek dit zo veel mogelijk vooraf met de jongere. Vertel welke informatie je wilt delen en waarom.

Soms maakt een jongere zich juist zorgen over de reactie thuis. Ook kan de thuissituatie onderdeel zijn van het probleem. Neem dan niet zelfstandig contact op zonder eerst advies te vragen. Overleg met de vaste contactpersoon binnen de vereniging, de sportpedagoog of Team Jeugd van Delft Support.

Team Jeugd van Delft Support is op werkdagen bereikbaar via 015 241 10 81 voor vragen en zorgen over opgroeien en jeugdhulp.

Is er mogelijk sprake van pesten, intimidatie, discriminatie, misbruik of ander grensoverschrijdend gedrag? Volg dan ook de meldroute voor sociale veiligheid. De vertrouwenscontactpersoon kan luisteren, meedenken en uitleg geven over mogelijke vervolgstappen.

Weet wanneer je direct moet handelen

Sommige signalen vragen om directe actie. Dat geldt bijvoorbeeld wanneer iemand zegt zichzelf iets te willen aandoen of niet meer te willen leven.

Durf dan rechtstreeks te vragen:

“Denk je eraan om jezelf iets aan te doen?”

Of:

“Denk je weleens dat je niet meer wilt leven?”

Een directe en duidelijke vraag helpt om te begrijpen wat er speelt. 113 Zelfmoordpreventie adviseert om de zorg te benoemen, de vraag te stellen, zonder oordeel te luisteren en samen hulp te zoeken.

Bij gedachten aan zelfdoding

Blijf rustig en luister. Probeer het probleem niet zelf op te lossen.

Je kunt voorzichtig en duidelijk vragen hoe het met iemand gaat en of diegene zich soms zo slecht voelt dat het leven zwaar of uitzichtloos lijkt. Het is niet nodig om meteen heel specifieke vragen te stellen. Belangrijker is dat je laat merken dat je er bent en dat je het gesprek openhoudt.

Als iemand aangeeft dat het echt niet goed gaat of dat diegene zich onveilig voelt, is het belangrijk om snel hulp in te schakelen.

Laat iemand bij acuut gevaar niet alleen. Schakel een verantwoordelijke volwassene in en bel 112 wanneer iemand direct in levensgevaar is.

Bij gedachten aan zelfdoding kan het lid, of iemand die zich zorgen maakt, dag en nacht bellen met 0800 0113. Chatten met 113 Zelfmoordpreventie kan ook anoniem.

Help iemand passende ondersteuning vinden

Een trainer kan een lid steunen, maar hoort geen hulpverlening over te nemen. Maak daarom duidelijk welke mogelijkheden er zijn en wie binnen en buiten de vereniging kan helpen.

Binnen de vereniging speelt de vertrouwenscontactpersoon een belangrijke rol. Deze persoon is er voor leden, ouders en vrijwilligers die zorgen hebben of iets willen bespreken in een veilige en vertrouwelijke setting.

De vertrouwenscontactpersoon luistert, denkt mee en kan helpen om de juiste vervolgstappen te bepalen. Dat kan bijvoorbeeld gaan over sociale veiligheid, grensoverschrijdend gedrag of situaties waarin een lid zich niet prettig voelt binnen de club.

De vertrouwenscontactpersoon biedt geen behandeling, maar kan wel ondersteunen bij het vinden van passende hulp en het begeleiden van het proces binnen de vereniging.

Daarnaast is het belangrijk om ook buiten de vereniging naar ondersteuning te kijken. Denk aan een gesprek met ouders, een huisarts of een andere professional. Door samen te kijken naar wat iemand nodig heeft en welke hulp passend is, zorg je ervoor dat een lid niet alleen blijft met zijn of haar zorgen.

Bij problemen binnen de vereniging

Ligt de oorzaak mogelijk bij pesten, ongewenst gedrag of een onveilige trainersrelatie? Betrek dan de vertrouwenscontactpersoon of een verantwoordelijk bestuurslid.

Iedere sporter, trainer, ouder of bestuurder kan voor advies over grensoverschrijdend gedrag ook contact opnemen met Centrum Veilige Sport Nederland. Het centrum luistert, denkt mee en helpt bij het bepalen van een passende vervolgstap.

De vertrouwenscontactpersoon is geen behandelaar voor mentale problemen. Die persoon kan wel helpen wanneer de zorgen samenhangen met sociale veiligheid of gedrag binnen de club.

Train trainers en coaches

Besteed tijdens een trainersavond aandacht aan:

De Delftse sportpedagoog ondersteunt sportverenigingen praktisch bij pedagogische vragen, positief coachen en situaties waarin kinderen extra aandacht nodig hebben. De sportpedagoog kan ook meekijken op het sportveld.

Ondersteun ook de trainer

Een gesprek over mentale problemen kan veel indruk maken. Zeker wanneer een lid vertelt over zelfbeschadiging, misbruik of gedachten aan zelfdoding.

Laat de trainer zulke zorgen niet alleen dragen. Bied na afloop ruimte om het proces te bespreken, zonder onnodige persoonsgegevens te delen. Ook kan een trainer zelf advies vragen bij 113, de sportpedagoog of een professionele hulporganisatie.

Een praktische route voor Delftse verenigingen

Vragen over trainers, jeugdleden of pedagogische begeleiding
Neem contact op met sportpedagoog Wessel Beuk via w.beuk@rijnlandbeweegt.nl. De ondersteuning is beschikbaar voor Delftse sportverenigingen.

Aandacht kan het verschil maken
Mentale problemen signaleren begint niet met het herkennen van een aandoening. Het begint met merken dat iemand verandert en daar rustig naar vragen.

Benoem wat je ziet, luister zonder oordeel en maak samen een volgende stap concreet. Houd daarbij de grenzen van jouw rol in de gaten. De vereniging signaleert en ondersteunt, maar behandelt niet.

Leg ook vast wie trainers kunnen bellen wanneer zij twijfelen. Zo voorkom je dat een vrijwilliger alleen moet beslissen in een moeilijke situatie.

Bronnen

Deel deze pagina